Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wijse: O Jesu vol gena. Die mint die lijdt veel pijn. Noten 3. Sond. van d'Adv. O Sinte Frederijck, Van edel stam gebooren, Die in Vrieslandt was in eer: Bidt voor ons al gelijck; Dat wy niet gaen verlooren; Maer ons eeuwigh spaer de Heer. Die van uw' jonckheyt af, Tot dat ghy quaemt in 't graf, In deughden hebt geleeft: Ons uw' hulp ter deught oock geeft.Die Een dienaer Godts ghy waert Oprecht in al uw' wercken, Met des Heeren Geest vervult. Dus Utrecht, seer vermaert, U over hare Kercken

Tot Arts-bisschop heeft gehult. Nu zijnd' in desen staet, Soo hebt ghy vroegh en laet Uw' Schapen, en u Kudd' Van all' ongeval beschudt.Nu Uw' groote soetigheyt Was niet om uyt te spreken, Waer mee ghy wont alle man: Gy hebt door vromicheyt, Den Keyser, om gebreken Derren straffen met den Ban. Waerom dat hy, seer quaedt, U, nader-handt uyt haet, Met wreedtheyt ongehoort, Door sijn dienaers heeft vermoordt.Waer- O Vroomen Martelaer! Door Hoogheyt niet bedorven, Noch door vreese niet verleydt; Maer, als een sterck Pilaer, Voor Christi Kerck gestorven, En om de gerechtigheyt. Die nu Godts Rijck besit, Voor ons uw' Dienaers bidt; Dat wy, in daedt, en schijn, Voor elck een rechtveerdigh zijn.Die

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove