Wijse: Gegroet soo moet ghy zijn. Noch weet ick een Kasteel. 't Musyck, siet wat voor aen. DOor hoop van 't eeuwigh Goedt Wat hoort-men niet te lijden? Hier alle tegen-spoedt Ontfangen met verblijden: En, met Verduldigheyt, Tot meer noch zijn bereyt, Ter eeren van Godts Majesteyt.En Verduldigheyts profijt Is niet om te werdeeren. Een oogenblick ghy lijdt Hier tot Godts meerder eeren. En u kleyn lijdens-plicht 2 Cor. 4. 17. Werckt in het Hemels Licht Voor u een eeuwigh Vreugts-gewicht.En Het komt toch van den Heer. 11. 14. Wat ghy hebt te verdragen. Als Vader mint u seer: Prov. 3. 11. En seyndt u somtijt plagen: Dat ghy, door goeden strijdt, Rijck in verdiensten zijt: En naemaels u te meer verblijdt.Dat En klaeght dan, ziele, niet, Als Godt u komt besoecken: Noch wijckt aen geen verdriet: Sijn hulp sal u verkloecken. Schept hier in alle vreught, Jac. 1. 2. Als ghy beproeft zijn meught. ‘Door lijden wort vol-maeckt de Deught.Schept Siet, hoe ons' Heylandt leedt:
Hy klaeghde, noch en beerde: Noch sprack, noch tegen-streedt, 1 Pet. 2. Noch sich in 't minst verweerde. Job, als een duldig Lam, Job. 1. 21. Hoe 't met hem over-quam Gestaedigh sprack: Godt gaf, Godt nam.Job Xaverius wel eer, In duysent swarigheden, Riep stadigh: Heer, noch meer, Om in u Rijck te treden! Maer ghy wilt niet een zier Verduldigh lijden hier, Om te ontgaen het eeuwigh vyer.Maer Ghy sult in Lijdtsaemheyt, Seght Godt, uw' ziel besitten: Matt. 16. Noch, in grammoedicheyt, Plaets geven aen 's bloets hitten. Maer seer verduldigh weest. ‘Godt loont dien alder-meest, ‘Die voor hem kruys noch lijden vreest.Maer
Cookies on Poetry Cove