Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wijse: Wie den Hemel hier wil vinden. De Noten, 1. Sond. na Paesch. ALs een Minnaer sijn Beminden Toe-schrijft al wat hy magh vinden: Als een Vrient sijn trouwen Vriendt

Alles gunt wat tot hem dient: Soo Sint' Ignatius, Lief-hebber van Jesus, In alle dingh, Schreef toe geringh', De Meerder eer Aen 's Hemels Heer, Hoe 't over-quam, of gingh.Soo Om Godts glori' te vermeeren, Ginck hy oudt van jaer studeeren: En heeft, door een Hemels Licht, Tot Godts meerder eer gesticht De Minste Societeyt, Nu over al verbreyt. Die voor haer lot, Begin en slot, Wat sy hanteert, Doet, of begeert, De glori soeckt van Godt.De Moest Ignatius verdragen Laster, schimp, vervolgingh', slagen, Of seer grooten tegen-spoet, 't Was hem tot Godts glori soet. In sieckte, pijn, ellend', Godts glori' was het end'. Was hy verblijdt: Of leedt hy strijdt: Was hy verneert: Of geweerdeert, Godts glori' hy belijdt.In Schreef hy Brieven, schreef hy Boeken, Men sagh hem Godts glori' soecken: Soo hy schier op yder bladt: Dese spreuck geschreven had. Deed' hy het minste werck, Godts eer was 't oogemerck. In alle Woordt, Van hem gehoort: In sijn Gedacht, By dagh' en nacht, Brocht hy Godts glori' voort.Deed' Ja noch doodt noch hel hy schroemde, Noch de pijne der Verdoemde: Als Godt maer moght zijn ge-eert,

En sijn glorie vermeert. O Sint Ignatius! Bidt, dat wy oock aldus In 's werelts baen Geduerlick staen Voor d'Eere Godts, En sijn's Gebodts: En eens in glori' gaen.O

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove