Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wyse: Ave lignum sanctae crucis.

Als Godt sagh de menschen loopen Tot de

sond in groote hoopen, En van daer tot d'helsche pijn: Wierdt geraeckt met groot bewegen, En besloot voor hulp daer tegen, Dat sijn Soone Mensch sou zijn.

Gabriel is dan gesonden Luc. 1. 26 & seq. Om dees' boodtschap te verkonden Aen een Maeght te Nazareth. Hy seyd' haer: en wilt niet vreesen, Want ghy Moeder Godts sult wesen; Nochtans blijven onbesmet.Hy Maer sy sprack: Wilt dit bedieden: Hoe kan dit in my geschieden? Geenen Man is my bekent. Hy sey': Godts Geest, alles machtich, Sal dat in u wercken krachtich; Nochtans laten ongeschent.Hy Doen sprack dese Maeght met eere: Siet de dienstmaeght van den Heere: My geschiede naer u woordt. En Godts Soon, met liefd', en wensche, Daelde af, en wierde mensche In haer suyver lichaem voort.En O Maria, wy u bieden Veel geluck met alle lieden, U geluck is ons' geluck: Want die ghy nu hebt ontfangen,

Sal van Satan ons gevangen Al verlossen uyt den druck.Want Bidt voor ons dan Maegt, en Moeder; Dat u Soon, des menschs Behoeder, Ons bewaer voor Satans list: En sijn bystandt hier wil geven, Om in sijn gebodt te leven; Dat ons 't Hemelrijck niet mist.En

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove