Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wijse: Uwe Leer is niet soo pure.

O mensch, op dees blijde feeste Van Maria Onbevleckt, U tot haren lof verweckt: Prijst haer deught van minst tot meeste. En verheft haer suyver ziel, Die God vry van Erfsond' hiel.

Al is 't dat door Adams sonden Alle menschen zijn besmet; Godt heeft nochtans aen die Wet Sijne Moeder niet verbonden: Maer besonderlick bewaert Van al, wat de ziel beswaert. Want dit heeft betaemt Godts Soone, Om sijn weerde Majesteyt: Die haer van der eeuwigheyt Tot sijn Moeder reyn en schoone Had' verkooren, om ons al Op te rechten Adams val. En dat Sathan niet sou roemen, Dat dees Hemels Coningin Oyt geweest waer' sijn Slavin, Diemen 's Vaeders Bruyt sou noemen, Tempel van den Heyl'gen Geest, En Godts Moeder is geweest.

O Maria, die ontfangen Sonder sonde zijt, of vleck, Sonder letsel, of gebreck: Naer u hulp staet ons verlangen: Suyvert ons door u gebedt, Dat Godt deel sijn gaven met.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove