Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wijse: Mijn ziel, ô schoone creature. Neraea. Wilder dan wildt. De Noten, 5. Sond. na 3. Kon. O Magdaleen' van Godt geschapen, Om te genieten 't eeuwigh Rijck: Hoe langh sult ghy in sonden slapen, En vroeten in dit aerdsche slijck?Hoe Wat sal u baten 't ydel leven, Wellust des vleesch, hoveerdicheydt? Dit sal u immers eens begeven: En daer voor is de Hel bereydt.Dit Och! neen, mijn ziel: wilt u bedencken: Keert wederom, eer 't wordt te laet. Godt sal u sijnen Hemel schencken, Soo ghy maer tot sijn voeten gaet.Godt Wilt, Jesu, my Sonderss' gedoogen, Dat ick met tranen maecke nat, En met mijn hayr uw' voeten drooge, Die salf' met mijn Albasters vat! En En geef soo menigh kus' van vrede, Als ick wel sonden heb gedaen: Op dat ick Arm' Sonderss' hier mede Genaede by u magh begaen.Op O Magdaleen! uw' soete minnen, Uw' bitt're tranen, u hert-seer, Doen u den Hemel weerom winnen, En trecken tot genaed' uw' Heer.Doen Dus Sondaer, en wilt niet wan-hoopen, Hoe diep uw' ziele is gewondt:

Wilt maer tot Christi Voeten loopen: Ghy sult stracks wesen weer gesondt.Wilt

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove