Ballet: Poichel. Een kindt is ons gebooren. 't Musijk, 11. Sond. na Pinxt.
OCh! dat elck gras was tonge,
En lof Willibrordo songe *
Dat elck bladt een stemme hadt,
En sijn wercken Prees in Godts Kercken.Dat
Want hy, om ons, verlaten
Heeft d'Engelandtsche straten *
En ons in den Verblinden
Wegh lichte: 't Geloove stichte.En
Wy waren eerst verschoven;
Maer nu door hem gelooven *
En het padt Hebben, dat
Ons sal leyden Tot 's Hemels weyden.En
Wat kan ons Godt meer geven,
Als door Willibrordus 't leven *
Hier in deughden: En vreughden
Na desen, in 's Hemels wesen.Hier
Dus zy u lof Godt den Heere,
En u, Willibrorde, eere *
Voor ons bidt, Die nu sit
Hoogh in weerden; Dat wy volheerden.Voor