Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wijse: Wilielmus. Het viel een, &c.

Ghy Beemer-Ca-tho-lijcken, Verkloeckt u allegaer: Wilt van 't geloof niet wijken, Volght uw patronen naer. Siet hoe sinte Walfridus Om sijn Geloof en Deught, Met sijnen Soon Radfridus, Nu blinckt in 's Hemels vreugt.

Dees' twee Godts dienaers waren Seer vyerigh en devoot. Niet en kon hen beswaeren: Geen arbeyt was te groot. Maer, om Godt te behagen, Voor alle ander werck, Sy gingen alle dagen Naer Groeningen te Kerck.Maer Sy hielden Christi Armen In grooter eer, en weerd'. En leeren ons ontfarmen Ons Naesten op der eerd'. Walfridus langh voorseyde 't Groeninger ongeval: Dat 't Noordt-mans volck beleyde, En won het over-al.Wal- Te Beem in d'Ommelanden Walfridus, in 't gebedt Met pijl, met sweert, met banden Van 't Noordt-mans volck beset, Gepijnight, en geslagen, Ten lesten is onthooft. Heeft dit om Godt verdragen, Daer hy in heeft gelooft.Ge-

Radfridus sijnen Sone Men naderhandt oock vondt In 't Reydt-landt, om de Kroone Van 't waer' geloof door-wondt. Dit zijn twee helder Lichten, O Beem! die u gemeent' In 't waer geloove stichten. En 't blijft dan niet versteent.Dit U Tooren maer de Kercken Siet wie die heeft gebouwt. 't Zijn u Voor-ouders wercken, Alsoo men noch aenschouwt: Want 't Kruys, en den weer-haene Daer op noch staen ten toon. Volght dan de oude Baene: Die spant alleen de Kroon.Want

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove