Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wijse: Ydelheyt der ydelheden. SChoon den Heer tot alle tijden 1 Cor. 15. 10. In den Mensch met graci werckt: En dat Christus, door sijn lijden, Met verdiensten hem versterckt; Nochtans Godts Wet, Wil, dat wy met Wat doen ter zalicheydt. ‘Soo veel ghy doet, Om 't eeuwig goet, 1 Cor. 3. 8. ‘Is u verdienst bereyt.Noch Die u heeft van niet gedreven, En u, sonder u verlost; Sal geen Hemels goed'ren geven, Sonder dat u arbeyt kost. ‘Weynigh vergaert, Die arbeyt spaert: ‘Niet wercken wint geen loon; Maer tot Godts eer Mat. 10. 42. (Na Christi leer) Marc. 9. 41. Wat doen, verdient de Croon.Wey- 2 Cor. 4. 17. Ziet, een Weed'we der Propheeten Hadd' een drupken oli' of twee; 4 Reg. 4. 1. Elisaeus heeft haer heeten Daer veel Vaten vullen me'e. Elias badt // Een Vrouwe, dat van Serepta, een broot onder de asch. 3. Reg. 17. 11. Sy hem maeckt' een geback. Dus wies soo veel // Haer handt vol meel; Dat haer geen broodt ontbrack.E- 3. Reg. 17. 11. Christus water heeft ontbooden, Als hy maeckt, in Cana, wyn. Io. 2. 7. Met twee visschen, en vijf brooden,

Spijsd' een schaer in de woestijn. Io. 6. 11. Dit soo gedaen // Ons een vermaen Van Mede-wercking' is. Want 's hemels Heer // Kon dit, en meer Doen, sonder broodt, of vis'.Dit Werckt dan neerstich met Godts gaven, Die u altyt zijn ter handt. U Talent wilt niet begraven: 't Is een al te kost'lick pandt. Mat. 25. 15. & seq.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove