K.
KInders uwe.* 248
Kleyne Leeuwerck.11
Komt al die niet.264
Komt al die zijt.* 100
Komt Christe-menschen.* 139
Komt Christ'nen.154
Komt daelen.96 en * 199
Komt hier heen.275
Komt hier, ô spijtich.264
Komt Maegden schaer.* 130
Komt menschen, komt.123
Komt, mensch, neemt.22
Komt, o menschen, die.101
Komt siet uwen.66