Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck deel 4 en 5

Christianus Placker

Wijse: Quelle faveur, O chere Penitente. Siet de Noten H. Sacraments-dag. EEn blijde maer Brocht Gabriel de Menschen, Als hy Mariam heeft gegroet: En sprack tot haer, Gy sult (naer aller wensch) Een Soon ontfangen, 's Menschs behoedt, Gy vol van graci zijt, In Godts aenschouwen. Den Heer is met u vroeg en laet: Gy zijt gebenedijdt Voor alle Vrouwen: Want gy gevonden hebt genaedt.Gy Dus vraeghde sy: Hoe kan 't in my geschieden, Want ick en kenne geenen Man? Hier op seyd' hy (Om dit haer te bedieden, En af te nemen vrees' hier van) Des Alderhoogsten macht Sal u bewaren, Dat gy ontfangen sult naer eisch: En 's Heylig Geestes kracht Sal u doen baren, En suyver houden in het Vleysch.Des Het Heylig, dat Uyt u sal zijn gebooren, v. 35. Sal zijn genaemt Godts eygen Soon: v. 32. Des Hemels Schat: Tot Coninck uytverkooren, Hy sal besitten Davids Throon, Sijn heerlicken Naem Sult Jesum heeten: Hy sal verlossen 's Menschs geslacht:

Boter en melck te saem Sal hy hier eeten: Esa. 7. 16. Dat hy 't goet kies' en 't quaet veracht.Sijn Als nu gehoort Maria had die Boodtschap, Sprack: siet de Dienst-maegt van den Heer: My, naer u Woort Geschiede dese Vrientschap, Tot 's Menschen welvaert, en Godts eer, Lof zy u zuyver Maeght, En eygen Moeder Van hem, die u geschapen heeft. Ons uwen Soon op-draeght (Door u ons Broeder) Dat hy ons sijnen Hemel geeft.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck deel 4 en 5 · Christianus Placker · Poetry Cove