Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck

Christianus Placker

Wyse: Maria schoon.

Het hemelryck Houdt Christus niet in ongelyck Aen een Mensch-Koninck met syn Soon, Die treffelyck Hem uytgeeft ten Houwelyck Met eene Bruyloft wonderschoon. Maer de Gasten aldaer genoodt, Gingen d' een sijn Landt in: d' Ander dreef sijn gewin. Maer de derde van sin, Vol venijn als een spin, Sloegen de knechten doodt, Tot 's Konings spijt, die haer ontboot.

Dus hy seer quaedt, Heeft dese, met ongenaed, Alle vermoordt, hun Stadt verbrandt. En t' aller straet Weer gasten ontbieden laet, Die quamen daer van alle kant. Als den Koninck dan sagh sijn dis, Vondt daer een, tot sijn leet, Niet op 't Bruylofts gekleedt, En hem vraeghde 't bescheedt: Dan uytwerpen hem deed Gebonden in duysternis, Sonder genaed of deerenis. Als

Dees Bruylofts-feest, Gehouden door d' Heyl'ge Geest, Christum beteeckent, en sijn Kerck: Waer minst en meest Genoodt is, (alsoo men leest;) Maer weynigh maecken daer af werck. En die daer nu noch al is gast Sonder Buylofts-gewaet, In een sondige staet, Met geen liefde in daedt, Oock verlooren hy gaet. Dus menschen hier op past; Dat ghy gaet in Godts Bruyloft vast. En

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck · Christianus Placker · Poetry Cove