Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck

Christianus Placker

Wijse: 't Was een Maget suyver en net.

O Menschen, wacht u voor 't gebreck Van vuyle Lasteringen: Want ghy u Naesten geeft een vleck: Maer u self sonderlingen. Gy geeft u ziel een

wonde, Door dese snoode zonde: Alsoo weleer het Joodts volck seer Gelastert heeft de Heer.

Als hy een stommen eens genas, Die t' samen was beseten: En dat, door Godts macht, van hem was Den duyvel uytgesmeten: Sy hem dees' eer misgonden, En over al verkonden: In Beelsebuyt, Als eenen guyt, Werpt hy de Duyvels uyt Sy

Maer Iesus antwoort soet en sacht Tot dese Laster-tongen: Dat, in den vinger van Godts kracht, Dien Geest was uytgedwongen. Want seyd' hy, alle Rijcken, In sich verdeelt, beswijcken: En in 't gemeen, Valt 't huys van een, Als 't is verdeelt in tween. Want

O Iesu, in den vinger Godts, Drijft uyt mijn ziel de sonde: En my bewaert, dat ick soo trots Niet last're met den monde: Noch oyt van de gebreken Mijns naestens koom' te spreken; Maer met vermaeck, En sonder laeck, Verbloem' een yders saeck. Noch

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck · Christianus Placker · Poetry Cove