Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck

Christianus Placker

Wijse: U droevigh klagen Jesu soet. Als wy ver van den Palestijn. O Caeca mensch.

Wat ist, o Mensch, dat Jesus schreyt Soo over 't hooft der Joodsche Steden? En minnelick tot haer voorseyt: Och wist gy 't in u dagh der vreden, Wat jammer en groot ongeval U korts noch overkomen sal.

Uw vyandt sal u met een wal Besetten, en verdestrueeren: Vermoorden uwe kinders al: Ja alle steenen ommekeeren, Om dat ghy Godts genaden-tijdt Wan-wettigh in uw sonden slijt. Om

Hier wort ghy sondaer, door vermaent, Dat ghy den tijdt van Godts genade Niet laet voorby gaen soo verwaent,

Tot uwer arme zielen schade: Ten zy ghy met Jerusalem, Wilt eeuwigh zijn gestraft van hem. Ten

O Jesu! neen: maer laet met u My, om mijn sonden, tranen geven! Och! laet my uw besoeckingh nu Waernemen, met een beter leven: Op dat ick uwer vreden-dagh, Nu, en hier naer, genieten magh. Op

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck · Christianus Placker · Poetry Cove