Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck

Christianus Placker

Wijse: Edel Kersauw'. Siet het Muzijck 4. Sondag van d' Advent. Ghy Iesu, zijt // Een alderbesten Herder, Die u ziel voor my stelt. Tot u by-tijd, Keer ick, 'k en loop niet verder,

Schoon my de werelt quelt: Haer goetheyt is maer schijn: Haer oogmerck te verderven: Haer soetigheyt is maer fenijn, Dat doet de ziele sterven: Haer

Maer ghy zijt, Heer, Den Weg, de Waerheyt, 't Leven, Het alderhooghste goedt: Die voor my eer // U leven hebt gegeven, Als Herder trouw, en vroedt, Die sijn lijf, en zijn ziel, Stelt voor zijn eygen schapen; Dat geensins haer den Wolf verniel', Verstroy', noch kom' te rapen. Die

Ghy dan alleen // Sult mijnen Herder wesen, Ghy hebt my langh gesocht; En anders geen Ick dienen sal na desen, Want ghy hebt my gekocht. U ick oock toebehoor. Geen huerlinck meer ter werelt Sal ick toeneygen mijne oor, Hoe schoon hy schijnt beperelt. U

Ontfangt my dan U Schaepken in genaden, En suyvert weer van vleck: Beschermt my van Den Wolf, en alle quaden, Laet my in geen gebreck: Maer geeft my sulcke weyd', Naer ziel, en leven t' samen; Dat ick magh zijn in eeuwigheydt Met u, mijn Herder. Amen. Maer

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck · Christianus Placker · Poetry Cove