Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck

Christianus Placker

Wijse: Tweede Thirsis. O Kersnacht.

Wilt in Godts Woort dit wel aenmercken; Dat schijnt uyt in 's Heeren Wercken, Sijn Waerheydt en bermhertigheydt. Noyt geen

Vrouw soo haren kinde Gade sloegh, en soo beminde, Als Godt ons met voorsichtigheyt.

't Welck blijckt, als Jesus eens een Schare Volghde van twee duysent pare, Heel sonder spijs en sonder dranck. Hy sprack van haer met bewegen, 't Deert my dat sy zijn verlegen, Sy volgen my drie dagen lanck. Hy

Dus deed' hy dese Gasten nooden, Op wat visch en seven brooden, Haer settend' op het gras der aerd; Maer als sy versaedt wegh-gingen, Sijn der brooden brockelingen, Tot seven korven toe vergaert. Maer

O Menschen! siet dit hemels wonder, Looft de goedtheyt Godts besonder, Die spijst na ziel en leden t' saem. Voor al wilt hem danckbaer wesen, Dat hy u spijs' oock na desen Met 's Levens Broodt in Jesus Naem. Voor

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck · Christianus Placker · Poetry Cove