Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck

Christianus Placker

Wijse: O Flora. Besnijdt. Wat is den Hemel vol cieraet. De nooten, 1 sondagh na dry Koning. D' Heer Iesus, vol van liefd' en min', Is in Ierusalem gereden Triumphantigh heden, Op een Eselin'. Alwaer die Borgers haren Heer Ontfingen met seer groote eer: En stroyden palm en kruyt. Alwaer

Sy riepen: Iesu, Davids Soon!

Gebenedijdt, en hoogh gepresen, Die komt uytgeresen Uyt uws Vaders throon! O wellekom Emanuël! Hosanna, Godt van Israël! Die ons van Adams schult Noch al verlossen sult. O

Komt Sions dochters uytgegaen: Viert oock u Konings blijde Feeste: Hy komt op een beeste U sachtmoedig aen, Hy is dat Goddelijcke Lam, Gebooren uyt ons Davids stam: Luc. 1.28. Wiens Moeder ongeschent, v. 34. Noyt Man en heeft bekent. Hy

O menschen, toont oock danckbaerheyt: Ontfanght hem met een liefde teder: Knielt ootmoedigh neder Voor zijn Majesteyt, Uw' Esel; of uw' tijd'lijck goet, Tot sijnder eer, den Armen doet: Stroyt palm van deughtsaemheyt, Kruydt van Godtvruchtigheydt. Uw

Wilt met de kinders jonck en teer, Messiam oock gebenedijden, Die ons door syn lyden Komt verlossen weer. Och wie sou hebben dit versint, Dat Godt de sondaers soo bemint! Dus sy in eeuwigheydt, Hem lof en danck geseyt. Och

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck · Christianus Placker · Poetry Cove