Skip to content
1682

Evangelische leeuwerck

Christianus Placker

Wijse: O che diletto.

Siet eens hoe krachtigh By Godt Almachtigh, Dat zijn 's Mensch gebeden, In noodt of kranckheden. Als Simons Moeder was, Door koorts niet wel te pass': Den Heer, gebeen Van elck een, Verdrijft de Koorts Stracx van haer voorts. Wat staende over haer, Sy voort verlichtingh is gewaer.

De Koortsen hy gebiedt, En haer gesontheydt weer geschiedt.

Och hoe deur-goedigh, En hoe demoedigh Komt in Petri woningh 's Hemels Opper-Koningh! Gebeden maeckt terstont Die krancke Vrouw gesont; En mening meer, Van haer seer. Ja wieder quam, De sieckt' af nam, Met opleggingh der handt, Uyt de beseten Duyvels bant: Die roemend' hem Godts Soon, Heeft hy het spreecken haer verboon. Ge-

Heeft doen Gods zeegen 't Gebedt verkregen: Wat sal 't nu uytwercken Door 't Geloof der Kercken? Heeft hem die Vrouw', als Vriendt, Tot danckbaerheyt gedient; Wy moeten meer, Doen de Heer Voor al het goet, Dat hy ons doet. Gaet dan tot hem in noot: "Sijn goetheyt niemant en verstoot, "'t Gelovige Gebedt Joan. supra. "Brenght altijt Hemels gaven met. Heeft

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Evangelische leeuwerck · Christianus Placker · Poetry Cove