H.
HASPELS.
Haspels vlyen in geen zak.
37
SCHYNVRIENDEN.
Heet en koud uit eenen mond.
69
AAPENGREEP.
Het aapje krabt met katjes poot.
75
GEMAKKELYKHEID.
Het allergrootst genoegen.
96
VERZORGEN.
Het hembd is nader dan de rok.
77
VERTEEREN.
Het spreekwoord geeft een nutte leering.
100
DE SLIMSTE.
Hoe geleerder.
52
VERSCHILLIGHEID.
Hoe komt het, dat een zelve zaak.
22
ONGELUKKIG GELUK.
Hoe slimmer boef, hoe meer geluk.
53
DICHTSTYL.
Hoogdravend volk, dat niets dan donderdreunen.
2
WINST.
Hy, die een braaven kabeljau.
92
ZOEKING.
Hy, die een hond wil slaan.
68
WEGEN.
Hy, die geen steegen kent voor straaten.
79
TE VEEL ZEVENS.
Hy, die twee haazen zevens jaagt.
88
ZELFPLAAGE.
Hy, die wil and're jaagen
41
DREKSTRYD.
Hy, die wil vechten met een drek.
32