W.
GODS BYBLYVEN.
Waar wild gy henen zwerven,
8
GODS OORDEELEN.
Wanneer de zondenmaat vervult is,
67
ZOEN WONDER.
Wanneer ik myn' gedachten wende,
32
ONWEDER.
Wat donkre wolk, en neveldamp.
81
MISWOEDE.
Wat heeft het misslyk misgedrocht,
89
WAANFEIL.
Wat is de verwachting van meenig bedrogen,
161
VERANDERLYKHEID.
Wat is des werelds wisselval,
163
HOSANNA.
Wat is de ziel, daar God in quam,
6
KLOPPEN.
Wat is het een waarachtig woord,
74
GODS NABYHEID.
Wat is 't de ziele goed,
9
LOFGEZANG.
Wat is 't een dierbre zaak, met 's Heeren gunstelingen,
1
ZONDENVONK.
Wat kan een vonk het buskruid ras,
145
RAADSLAGEN.
Wat vast besluit van zaaken,
95
WERELDVRIENDSCHAP.
Wat ziet men menigmaal geschieden.
170
WEGVERSCHIL.
Wat zyn de baanen glibberglad.
103
HEMELREIZE.
Wat zyn'er al stormen, al buyen, al baaren,
107
GERUSTHEID.
't Wenschelykst, dat in dit leven,
18
KORT GENOT.
Wereld, die steeds aardelingen,
184
VRACHT.
Wie den droes heeft ingescheept, moet met hem overvaaren,
111
KERKSTAAT.
Wie eens opmerkend' overlegt,
80
BEDEZUCHT.
'k Wil weêr heden,
1
WANWENSCH.
'k Wou, dat ik in den Hemel was,
213