D.
TYDIGHEID.
Daar is een tyd tot alle zaken,
130
DE MIDDA GZON.
Daar straalt de zon in zuider middag top,
118
DIENSTYD.
De jongheids tydt dient waargenomen,
26
QUADE TONGE.
De tonge misbruikt, is 't schadelykst aller leden,
195
WISSELBEURTEN.
De tyd baart rozen, maar men moet die lydzaam wachten.
166
KRUISKROON.
De tyden van lyden,
101
BEDROGEN WAAN.
De waan van 's werelds schynvermaaken,
182
OOST, WEST, T'HUIS BEST.
De wereld is een vreemd' lingschap,
217
BEDRIEGERS.
De wereld wil bedrogen zyn,
173
LEEREN.
De woorden mogen wekken,
203
AVONDZUCHT.
De Zon, het grote wereldlicht,
120
HEMELPAD.
Die als Salems borger handelt,
104
PEKSMET.
Die met het pek veel wil verkeeren,
199
GENOEG.
Die met hun lot te vreên, en vrolyk leven,
22
ZELFSBENADEELING.
Die na boven spouwen,
139
TREKKEN.
Die van Gods Zoon getrokken word,
75
ZONLOOP.
Dus rolt de zon steeds even vlugtig,
119
KRYGSZUGTIGE.
Dwingelanden, menschenmoorders,
190