Skip to content
1720

Beginzel van hemelwerk

Carolus Tuinman

G.

BETHLEHEMS STAL.

Gaat heen, gy aardsgezinden, 29

LEVEN, NEVEL.

't Geen leven is van voren, 209

'T HOOGSTE GELUK.

't Geluk van 's Heren bondgenoot, 20

RUSTLUST.

Gelyk een knecht naar d'avondschaduw hygt, 216

GERECHTIGHEID.

Gerechtigheid, gy schoone maagd, 156

QUADE PUTTEN.

Gewis het is een quade put, 207

BLOEDBAAN.

God, en Heilland, gy moest koopen, 100

BEDEE.

Hier kniel ik, grote God, voor myn geduchten

Rechter, 45

BUIKBEESTEN.

Gy Bacchusheld, die met uw' volle glazen, 189

GELYKVORMIGHEID.

Gy, die den naam van Christus noemt, 61

BEZIE U ZELVEN.

Gy, die den splinter ziet in d'oogen. 202

STIERKONST.

Gy, die moet zeilen door stormige baaren, 106

LYDEN.

Gy hebt lydens kroes gedronken, 116

WEKLIED.

Gy luyaard, die steeds lanterfant. 116

LOSPRYS.

Gy vleeschelykgezinden, 39

KRUISPAK.

Gy wilt, Heer! dat ik drage, 99

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Beginzel van hemelwerk · Carolus Tuinman · Poetry Cove