D
Daar wierd van Adam eens een rib genomen.
108
Daar zal'er een scheepje van voren de palen.
161
Dafne.
79
Dat ik een honingbytje waar.
11
De liefde voortgebragt.
76
De Mei, die komt ons by zeer bly.
56
De schoone, die ik heb uitgelezen.
26. 199
De winter is voorby gestreken.
113
D'une constance extreme.
99