Dat uwe eens gedane schreden
Nimmer worden weêr gezet?
Neen.... het roosje,
Welks lief bloosje
Dezen zomer 't oog bekoort,
Moog zijn blaadjes
En zijn zaadjes
Rond zien dwalen door het oord;
't Westewindje,
Dartlend kindje,
Moog het tot een speeltuig zijn;
In het voorjaar,
Is de Mei daar,
Praalt het weêr met nieuwen schijn.
U, ô Meisje! is 't niet gegeven
Meer dan eens u jong te zien;
Laat geen oogenblikje in 't leven
Dus verwaarloosd henen vliên.