Waarom zal nooit de glorie dalen
Van Cesar, die de wereld won,
Waarom zal die van Xenofon,
Van Marc-Aureel door de eeuwen stralen?
Niet slechts, om dat zij lauwren gaarden;
Neen, die verwelkeren te rasch:
Maar wijl zij zwaard en veder paarden,
En kunst of deugd hun doelwit was.
Maar gij, Tarquin! in woede ontstoken,
En gij, wiens naam mij siddren doet,
O Nero! die van menschenbloed
De zeven heuvlen hebt doen rooken;
Gij werdt slechts voor een tijd verheven...
Zoo lang uw schedel was gekroond,
Zoo lang gij 't aardrijk mogt doen beven,
Werd euveldaad met roem beloond:
Doch toen fortuin den rug u keerde
Met strenge wisselvalligheid,