Skip to content
1820

Dichtstukjes

C.A. Vervier

Het bootje, ons door Natuur geschonken, Het ligchaam, 't voorwerp van ons pronken, Dit ranke schuitje op 's levens zee, Moet zich het lot ten speelbal leenen, Moet dikwijls door de barning henen, Wil 't eenmaal landen aan uw reê.

Maar gij, Fortuin! in goud bedolven, Die bij den tempel van 't geluk Uw vuige wimpels durft doen golven, Die zelden troost geeft, dikwijls druk; Die, om te beter te bedriegen, De rede weet in slaap te wiegen, En door de handen van de vreugd Uw tooverdranken doet bereiden, Uw schrikbren drempel wil ik mijden, Beducht voor 't gif van uw geneugt.

De deugd, op eene rots gezeten, Den rug naar uw paleis gekeerd, Roept mij, (nooit moog ik het vergeten!)

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtstukjes · C.A. Vervier · Poetry Cove