Skip to content
1820

Dichtstukjes

C.A. Vervier

Dier driften die, beheerd door streng gebied, Het menschlijk leven als een stille vliet Doen henen stroomen; Maar die, ontteugeld en den band ontgaan,

Zich heffen tot een vreesselijk orkaan, En 't al verderven..... Het doode vischje, dat de stroom verwerpt, Schetst mij den geest van hen die ongescherpt

In domheid sterven..... Die bloempjes, die hier langs den oever staan, En in de golfjes liefelijk zich baên, Zijn 't beeld der kunsten,

Wier oefening den eedlen geest verzaadt, En tot aan 't graf zoo mildlijk overlaadt Met hare gunsten.... Dat vlugge beeld der zilverblanke duif,

Wier blikjes mij, hoe zij ook zwiere en wuiv', In de oogen stralen: Is 't niet de hoop, die haren zoeten troost, Met gullen lach; die mijne zorg verpoost,

Me in 't hart doet daelen?... Het rollend keitje dat ook henen spoedt, Geen vonkje gevend wijl 't geen staal ontmoet, Kan mij ook leeren,

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtstukjes · C.A. Vervier · Poetry Cove