Auroor
Is pas in't gulden spoor
Der hemelbaan getreden,
Naauw komt, van de echtkoets opgestaan,
De fiere broeder van Diaan
Ter kimmen uitgetreden;
Of gij,
Van vrees en kommer vrij,
Zweeft reeds weer over 't kooltje;
Gij wemelt om den rozeknop,
Gij stijgt tot in den olmentop,
Of daalt op 't veld-viöoltje.
Prijkt hier
Een slanke populier
Met graauwend mos omhangen,
Of ginds een onverwrikbare eik,
Op beiden vest ge uw troon, uw rijk,
Zij vieren uw verlangen.