Zie 'k u alreeds 't getal vermeeren
Van hen, die 't vaderland vereeren,
Het doek bezielen, 't stout penseel
Verdienstlijk drukten op 't paneel;
Wier kunst der vadren daden maalde,
Of in 't bekoorlijk landschap praalde.
Maar zie! wat ziddring grijpt u aan?
Hoe onbeweeglijk zie 'k u staan!
Kom, aan den boezem lucht gegeven!
Gij vindt den slagboom opgeheven,
Die België van Holland scheidt;
Gij ziet de schoone werkzaamheid
Der beide scholen zich vereenen;
Het glansrijk tijdstip is verschenen:
Zij reiken, vrij, elkaar de hand
Tot een verbroedrend onderpand.