Skip to content
1820

Dichtstukjes

C.A. Vervier

Gij, die der vadren grond bemint, Die hem verbeterd wedervindt, Die de oefening der schoone kunsten Bevoorregt ziet met zoo veel gunsten, Verbeuzel toch uw aanleg niet, Noch giften die natuur u biedt, En wijl u 't edle bloed der vadren Al bruisschende nog stroomt door de adren, Vang aan'.... op dat gij zegepraalt, Eer u de lentezon ontdaalt.

Vervangt de winter 't zomergloeijen, En moog dan nog een bloempje bloeijen,

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtstukjes · C.A. Vervier · Poetry Cove