Skip to content
1820

Dichtstukjes

C.A. Vervier

Gij, Lilas! buigt uw teêre takken, Wen Fillis uwen stam genaakt; Laat die eerbiedig nederzakken Wanneer de zon te vurig blaakt;

Zoo mogt gij haar ten scherm verstrekken: Onttrekt haar vrij aan elks gezigt. Bij wien zou ik geen afgunst wekken, Van mijn geluk slechts onderrigt?

En gij, die 't zinnebeeld doet pralen Van onschuld en bevalligheid, O leliebloem, ô pronk der dalen, Hoe streelt me uw zachte majesteit!

In u vind ik mijn Fillis weder, In u haar onbevlekt gemoed, Haar blank gelaat, haar hart zoo teder, En al wat haar beminnen doet.

Gij ranke boompjes, hooge abeelen, Wier dunne loverdosch ons niet, Een digte schaduw meê kan deelen,

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtstukjes · C.A. Vervier · Poetry Cove