Skip to content
1820

Dichtstukjes

C.A. Vervier

Ofschoon 't vergrijzen zijner haren Hem 't huivrig winteruur voorspelt, De rust, die immer hem verzelt Doet hem nog ware vreugd vergaren.

Op 't einde, moe van 't aardsch gewemel, Zijn loop met nijverheid volbragt, Verheft zijn hart zich fier ten hemel, Waar hem een kalme ruste wacht. Zoo schouwt een wandlaar 't blozend glimmen Des ochtends, na een' duistren nacht, En eindelijk met nieuwe pracht Het koestrend zonlicht aan de kimmen.

EINDE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtstukjes · C.A. Vervier · Poetry Cove