Hij die, terwijl in andre landen,
In weerwil van den geest der eeuw,
De wijsheid zucht in ijzren banden,
Haar schuilplaats biedt bij Neerlands leeuw;
Haar, niet omsluierd noch verholen,
In al haar luister ons vertoont,
Daar zij, door zijne zorgen, troont
In nieuwgestichte Hoogescholen.
Hij is 't alleen die, aangebeden,
Vergetelheid des grafs ontvliedt.
De tijd kan d'eerezuil vertreden,
Maar krenkt der volkren liefde niet;
Ziet zich het nageslacht verheven
Door kunst, door braafheid of door deugd,
Dan zal het met een dankbre vreugd
Een eeuwgen lof aan Willem geven.