Skip to content
1820

Dichtstukjes

C.A. Vervier

Toen gij nog kruipend rupsje waart, Was reeds een wispelturige aard, U, ligte Vlinder! aangeboren; Naauw hebt ge uw dorre schil verloren, Of zie! gij rekt uw wiekjes uit; Het eêlste bloembed wordt uw buit: In d'Ether zoekt ge 't pad der vlindren, Geen band kan uwe vaart meer hindren.

Dit is uw beeld, mijn edle geest! Gij zijt aan 't stof geboeid geweest; Naauw slaakt de rede dezen kluister, En licht u voor met fakkel-luister Of zie! gij streeft naar hooger lucht; Geen stervling stuit uw edle vlugt; Gij zweeft, gij streeft tot in den hoogen Door 't bovenzinlijk denkvermogen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtstukjes · C.A. Vervier · Poetry Cove