Skip to content
1820

Dichtstukjes

C.A. Vervier

'k Beklaag geen os, die 't juk moet dragen, Al zuchtend in 't gareel geslagen; Het ros, waarop gij rustig zit, Dient gij te breidlen door 't gebit; De slaafsche geest, aan 't lastdier eigen, Doet het gedwee naar 't dienstwerk neigen; Maar de aadlaar, die door 't luchtruim zweeft, Volvoert zijn vrije vlugt..... of sneeft. Zoo kan 't bezielend kunstvermogen In de edle vlucht geen band gedoogen.

Door hem, die elken zwaai van 't lot Bestuurt, dien vaderlijken God, Die Neerland u, en u uw vrinden Gelukkig heeft doen weder vinden, Door hem werd kunst en vaderland Gebragt in meer volmaakten, stand.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtstukjes · C.A. Vervier · Poetry Cove