Skip to content
1612

t'Vermaeck der jeught

Boudewijn Jansen Wellens

Op de wijse: Och mocht ick eens sien, Het eynde van mijn smert.

NYmphe, die my wont met eenen schicht seer soet Eylaes waerom wilt ghy met spoet, Vluchten voor my, die leeft in druck, en pijn, Als ick derf u aenschijn.

Ach ghy voert met u triumphelijck ten thoon Van mijn hert, en ghemoet de croon, En laet de rest tot roof, alsoomen siet, Van droefheyt en verdriet.

Den Hemel seer beroert, verandert zijn coleur, Om u vertreck, en mijn doleur, En zijn tranen doen my swemmen voorwaer In dees woestijne swaer.

Phoebus selfs verlieft op u Diana schoon, Vliedt van ons, en volcht u persoon: Soo dat dees plaets, die ghy t’samen verclaert, Blijft duyster desolaet.

Maer soo u noch can beweghen druck en pijn, En u barmherticheyt diwijn: Soo troost my lief met een hoop in mijn li’en, Om u weer haest te sien.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
t'Vermaeck der jeught · Boudewijn Jansen Wellens · Poetry Cove