Skip to content
1843

Huibert en Klaartje

Bernard Haar

[I]

De rook steeg vriendlijk uit de schouw, En teekende, bij 't avondgraauw, Zijn krinklend blaauw Op 't donkergroen gebladert, Waartusschen Huiberts woning lag, Die, na een doorgezwoegden dag, Zijn krijtwit huisje nadert.

Hij was van arm maar eerlijk bloed; Zijn Klaartje, als hij, niet rijk in goed Maar vroom en vroed, Al bragt zij schat noch have. Haar liefde en jonkheid was zijn troost; En in haar Huibert en haar kroost Zag zij Gods beste gave.

Zij gingen vroeg gearmd als paar;

En sinds zij trouwden met elkaâr Bragt ieder jaar Hun nieuwen huwlijkszegen! Zóó wies de kring, en was nu al Geklommen tot een negental, En - bleef het maar bij negen!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Huibert en Klaartje · Bernard Haar · Poetry Cove