Bl. 286.
Aan eene rampspoedige.
Eene hoogst interessante reisontmoeting met eene bejaarde landgenoote, wier geheele leven eene aaneenschakeling van wederwaardigheden en rampen heeten mocht, deed mij op haar verzoek om eenig aandenken aan de door ons gevoerde gesprekken met zich te mogen nemen, deze regelen nederschrijven. Met diepgevoeld leedwezen heb ik later vernomen, dat de hoop op eene gunstige wending in haar lot zich niet heeft verwezenlijkt, maar dat haar geloof ook in den vreemde aan nieuwe en zware beproeving is onderworpen geworden.