Bl. 217 en 218.
Eden's Lusthof. - Alleenspraak van Satan.
Beide fragmenten zijn ontleend aan de dichterlijke voorstelling of inkleeding der Paradijsgeschiedenis van Avitus (gestorven als aartsbisschop van Vienne in het jaar 527). Zij werden voornamelijk door mij gekozen wegens de kennelijke overeenkomst, welke daartusschen en de voorstelling van Milton en Vondel bestaat, en als eene proeve, hoe vroeg reeds en met hoeveel tact Avitus het aanwezen van het goud in de aderen der mijn heeft weten te ontdekken, waar het ook door latere beroemde dichters, zooals, buiten de bovengenoemden, door Moore, Byron en Bilderdijk is gezocht en gevonden. Uitvoeriger heb ik over dezen dichter gehandeld in: ‘Iets over den Latijnschen dichter Alcimus Ecdicius Avitus, in de Werken van het voormalig Kon. Nederl. Instituut, 2e klasse, 1850.