Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 2

Bernard Haar

V.

Dagelijksche bede.

Eindloos God! die aan Uw vingren 't raderwerk der schepping draagt, Hoor genadig, wat een sterv'ling, in het stof gebogen, vraagt: Wone in mij een vast geloove, van de smart der twijfling vrij; Dat des Christens heilge roeping mij gestaâg voor oogen zij! Maak mij needrig, waarheidlievend! Plaats een wachter voor mijn mond, Dat ik tijdig en bedachtzaam zwijge of spreke op elken stond! Laat geene armoe mij doen kwijnen; niet te weinig, niet te veel, Maar gezondheids kostbre gave zij, hij 't daaglijksch brood, mijn deel! 'k Vraag geen schatten, wier bekoring ijdle wereldliefde voedt, Lage drift en hebzucht prikkelt of ons 't hoofd licht duiz'len doet. Dat ik niemand willens grieve, niemand krenke of grieve ook mij, Leer mij zoo het goede willen, dat mij 't kwaad niet doenlijk zij! Rein zij in Uw heilge oogen, wat ik in mijn hart begeer! Wat ik denke, spreke of hand'le, 't worde een lofzang tot Uw eer!

Vader! leer me als zondaar treuren! En als dit mij weenen doet, Stort den troost der schuldvergeving in 't met schuld bezwaard gemoed! Help de wereld mij bestrijden! Overwinne ik door Uw kracht! Doe mij blij mijn loopbaan loopen, tot een vreedzaam eind mij wacht! Sluit zich eens de rij der dagen - gaapt de grafkuil aan mijn voet: Schenk mij dan de levenskrone, die genade ons schenken moet!

Naar het Latijn van EUGENIUS DEN JONGERE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 2 · Bernard Haar · Poetry Cove