Bl. 200.
I. Thomas redivivus.
De keuze van dit eenigszins vreemdluidend opschrift zal zich, naar ik vertrouw, genoegzaam rechtvaardigen uit de plaatsing van het eerste en uitvoerigste gedicht in de derde verzameling mijner gedichten, Thomas getiteld, waarop het terugwijst en een weerslag behelst. Ik heb in dit gedicht den pijnlijken indruk zoeken weder te geven, door de ontkenning der realiteit van 's Heilands opstanding in onze dagen teweeggebracht op een gemoed, hetwelk de drie hoofdtrekken van het Thomas-karakter: ‘zekere overhelling tot scepsis’, ‘zwaarmoedigheid’ en ‘liefde tot den Heiland’ in zich vereenigt. Zekere sympathie voor zoodanig karakter heb ik reeds in den voorzang van dat gedicht niet verloochend, en ik koester het vertrouwen, dat er beiden onder Modernen en Anti-modernen nog vele zulke karakters en gemoederen zijn.