Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 2

Bernard Haar

IV.

Waar doolde ik heen? 't is uit - geen toekomst licht na dezen! Van mij heeft de aard niets meer te hopen of te vreezen; Ik ben geen man, een worm, dien men vertrapt in 't zand. In 't boek des Noodlots stond met ijz'ren stift geschreven, ‘Dat Abd-el-Kader laf zijn zwaard zou overgeven, En nog zou leven na die schand!’

Of ik u haat en vloek? Europa's rustverstoorders? U? geesel van mijn volk! U? wreedste vrijheidsmoorders! Mijn haat groeit met mijn smart; hij weerlicht uit mijn blik! En - druipt mijn zielskracht weg in hopelooze klachten - Ik spuw mijn vloek u toe met saamvergaarde krachten, Bij 't geven van mijn jongsten snik!

De dag der wrake komt! - Reeds heeft mij 't lot gewroken: De staf van Orleans werd als een riet verbroken; Verjaagde Koningszoon! vernederd werd uw trots. Gij, Koning zonder Rijk! eens machtig boven allen, Zijt lager dan ik zonk, en zonder roem, gevallen - Voorwaar! dat was de vinger Gods!

De dag der wrake komt! - 'k Zie reeds het vuur ontbranden, Dat onuitbluschbaar woedt door Frankrijk's ingewanden! Gij delft in koortsdrift voort aan uwer kindren graf; Gij zult, terwijl ge elkaar als tijgers blijft verslinden, Voor de opgehoopte schuld te ras vergelding vinden: Uw vrijheid wordt uw zwaarste straf!

De dag der wrake komt! - 'k Zie Issa op de wolken Het lot beslechten der in 't stof gebogen volken, Maar 'k beef niet bij zijn komst, ik, Emir der woestijn! Het vonnis, dat de mond diens Rechters uit gaat spreken, Zal 't Afrikaansche bloed op 't schuldig Frankrijk wreken, Maar Abd-el-Kader's vrijspraak zijn!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 2 · Bernard Haar · Poetry Cove