V.
In Elize's album.
Schuift ge alweer me uw album toe?
Houdt ge dan niet op met plagen?
Komt ge alweer zóó vleiend vragen,
Dat ik aan uw wensch voldoe?
O, geloof me, 't fraaist gedichtje
Schreef ik graag voor 't lief gezichtje,
Dat zóó lang mij vriendlijk bad,
Zoo mijn schorre lier nog klanken,
Zoo 'k van de uitgegloeide spranken
Nog één vonk in de aad'ren had.
Maar ge blijft glimlachend smeeken:
‘Schrijf uw naam, als vriendschapsteeken,
Hier slechts met een woord of wat!’
Nu, daar staat hij op dit blad,
Met de bede dat Elize
Niet haar blijde jeugd verknieze,
Maar toch ‘'t goede deel’ zich kieze,
En zich rijk voele in dien schat!