Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 2

Bernard Haar

Bl. 79.

Bij het graf van den dichter De Génestet. Dit gedicht is vermoedelijk alreede aan velen mijner lezers bekend. Niet enkel toch is het in de Aurora van 1862 opgenomen, maar ook door den hoogleeraar Van Vloten in zijn ‘Dicht en ondicht der negentiende eeuw’ voor het grootste gedeelte overgenomen, en als proeve van mijn dichttrant meegedeeld. Voor de talrijke vereerders des vroeg ontslapenen, ook door mij innig geliefden en bewonderden dichters zou het geheel overbodig zijn naar de talrijke zinspelingen op de De Génestet's eigene gedichten te verwijzen, die in dit gedicht worden aangetroffen. Slechts een paar aanhalingen, die voor de diepe opvatting van De Génestet's karakter het sterkst sprekend zijn, wil ik mij hieronder veroorloven.

Bl. 79. Uw mulle grafterp nadert.

Een jaar later was hier een nederig en toch schoon en waardig gedenkteeken verrezen.

Bl. 80. Een heldre glimlach en een traan.

Ziedaar het beeld des dichters! Verg. uit zijne Leekedichtjes: XCVIII.

Daar is een glimlach gul en goedig, Een lachje geestig, schalk en fijn, En toch sóó grensloos diep weemoedig, Dat zuchten daarbij vroolijk zijn. Bl. 83. 't Mysterie van den dood en 't wonder van het leven Zijn thans voor mij verklaard.

Vergel, uit dezelfde Leekedichtjes: XC.

Ziet welk een wonder is het leven, En wat Mysterie is de Dood!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 2 · Bernard Haar · Poetry Cove