Bl. 168.
Parijs op een der junidagen van 1848. Zondag, den 25sten Juni, is daartoe door mij gekozen, als waarop, naar luid van al de berichten, de strijd met de hevigste verbittering is hervat; als waarop ook het onweder en andere door mij vermelde bijzonderheden hebben plaats gehad; als waarop ook de Aartsbisschop D'Affre, door zich naar het plein der Bastille te midden der opstandelingen te begeven en de woorden des vredes tot hen te brengen, dien heldhaftigen stap deed, die hem het leven kostte. Al ware het nochtans, dat al die feiten zich niet op denzelfden dag of hetzelfde punt van den strijd hadden vereenigd, men zal het in den dichter wel nimmer ten verwijt kunnen doen strekken, dat hij ze in één tafereel heeft saamgevoegd.
Bl. 168.
Bonus pastor animam dat pro ovibus suis. (De goede herder stelt zijn leven voor zijne schapen.) Men herinnert zich, dat dit de woorden zijn, welke door den Aartsbisschop op den weg, die van zijn paleis naar de Bastille voerde, zijn gesproken. Sommigen hebben in dit gezegde iets aanmatigends gevonden, alsof hij zijn eigen gedrag met dat van den Heiland der wereld en de door dezen bewezen zelfopoffering in vergelijking heeft willen brengen; maar ik deel geenszins die ongunstige opvatting en houd het veelmeer daarvoor, dat de eerwaardige kerkvoogd, door op het voorbeeld des Heilands, als het verhevenste model ter navolging, te staren en anderen te wijzen, zijn eigen moed heeft willen sterken, en dat de aanhaling dezer woorden eigenlijk bewijst, hoezeer hij de volle en heldere bewustheid heeft gehad van de grootheid des gevaars, waaraan hij zich ging blootstellen. Het was mij te meer welkom, deze hulde aan de door hem betoonden heldenmoed te kunnen toebrengen, omdat ik daardoor weder het ongevergde bewijs kon leveren, dat geen verschil in kerkgeloof mij immer zal weerhouden van toe te juichen en te bewonderen, wat in den mensch en den Christen ongeveinsde toejuiching en bewondering verdient.
Cookies on Poetry Cove