Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 2

Bernard Haar

III.

Ja, 'k dool hier door een stad, maar met ontvolkte straten, (Alsof hier soms een lijklucht waait, Die 't zaad des doods in 't ronde zaait), Als een bestormde vest, met killen schrik verlaten, Voor wie het doodsuur slaat als voor Sebastopol; Dáár op de schansen, die zich gordlen om haar lenden, Groeit ook een kerkhof aan uit de afgemaaide benden, En is de grond als hier van menschenbeendren vol.

Dáár holt de moordlust voort in 't slachten en verdelgen, En 't aardrijk houdt niet op zijn dooden in te zwelgen, Parijs! terwijl gij 't feestgewaad U om de wulpsche leden slaat, En in de danszaal hupp'len gaat! Spreek, machtig heerscher, spreek! en 't krijgszwaard zoek' de scheede; - Euroop zinkt kermend aan uw voet! - Uw Keizerrijk beloofde ons vrede, Napoleon de Derde! en 't heeft gerookt van bloed!

O, zoo uw Pélissier van Chersonesus' kusten Gekroond met lauwren wederkeert, En naast Masséne en Foy eens in dit oord moet rusten, Zoo niet het Pantheon zijn heldenasch begeert: Kies, om zijn naam en werk bij 't nageslacht te prijzen, Voor hem geen standbeeld van metaal, Maar laat hier zonder marmerpraal, Een pyramide uit witgebleekte beendren rijzen, En kroon haar allerhoogsten top Met een ontvleesden menschenkop!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 2 · Bernard Haar · Poetry Cove