Bl. 280.
Intocht te s'Gravenhage. 31 Augustus 1878.
In een Feestbulletin of Bijblad van het Dagblad: Het Vaderland is dit gedicht zoo algemeen mogelijk door den lande verspreid. Wie mij kent zal het ten volle begrijpelijk achten, dat deze zoo pompeuze verspreiding, hoe hartelijk ik ook met de gebeurtenis zelve was ingenomen, iets stuitends voor mijn gevoel bleef behouden. Gaarne had ik daarom gezien, dat de Redactie van het Vaderland had doen blijken, dat dit allerminst door mij was uitgelokt of voorzien, daar ik op de beleefdste maar tevens dringendste wijze van hare zijde was aangezocht de tolk der nationale feestvreugde te zijn, terwijl mij ter inzending weinig meer dan een dag tijds overbleef. Zoo dit stukje wèl geslaagd mag heeten, en bij de algemeen heerschende geestdrift een goeden weerklank in de harten heeft mogen vinden, dan is dit dank te weten aan het vaderlandsch gevoel, dat mij geinspireerd heeft. Dat het in weerwil hiervan de merkteekenen eener vluchtige samenstelling behoudt, waardoor zelfs een paar reminiscenzen uit mijn vroegere gedichten zijn ingeslopen, zal, naar ik vertrouw, in het thans medegedeelde zijne verklaring en eene billijke verschooning kunnen vinden.