Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

IV.

De leeuw van Waterloo.

Rijs, uit metaal geklonken, Rijs, Neêrland's Leeuw omhoog! Spat snuivend vuur en vonken Elk dwingeland in 't oog! Sta dáár op 't graf der helden, Hoog boven bosch en velden Fier zwijgend in de lucht! Waar God ons erf behoedde, Oranje's schouder bloedde, En de aadlaar is gevlucht.

Slaapt, Belgen en Bataven, Wier bloed voor Neêrland vlood! Slaapt dáár, in de eigen graven, Vereend tot in den dood! De wind, in 't loof aan 't spelen, Zal beider rustplaats streelen, Waait beider stof dooreen. Ras golven korenaren, Alsof het lauwren waren, Langs beider graven heen.

Thans slaan wij lans en zwaarden Tot spade en sikkels krom, En drijven door de gaarden Den ploegstaart knarsend om; Maar zoo een dwingland daagde, En weer ons erf belaagde, En ijzren kluisters gaf: Dan gorden wij de lenden, En dwingen wij zijn benden Te strijden op uw graf.

En gij, wier hoofden vielen, Zult waren om ons heen, En weer den strijd bezielen; Nog met uw broedren één!

De Leeuw zal met zijn blikken Des vijands arm verschrikken, Bij 't klettrend krijgsgeschreeuw! En wij, in 't staal gevlogen, Wij kampen, wat wij mogen, Of heffen dreigend de oogen In 't sterven op den Leeuw!

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove