Skip to content
1880

Dichtwerken. Deel 1

Bernard Haar

II.

Als de zee, van drift aan 't koken, Heuvlen naar de kusten draagt, En de stranden, die gaan rooken, Om een ruimer erfgrond vraagt, En haar golven voort doet zwalpen, Als een keten drijvende Alpen, Waar de sneeuw van nederstuift, Maar terugstuit op de rotsen, Die zij sloopen moog door 't klotsen, Maar geen voetbreed verder schuift;

Of bij Laufen's stroomgeklater, Waar ge in 't prachtig bergverschiet 't Nederploffend romlend water Over rotsen tuimlen ziet; Dat in d' afgrond neergestoven, Schuimend opspat weer naar boven,

Met achor-ruischend stroomgeschal; Waar het licht der zon op vonkelt, Waar een regenboog zich kronkelt Door de wolken van kristal:

't Is of schallende trompetten, Bij 't geroep der krijgsklaroen, Dáár ons bloed in oproer zetten En welluidend bruisen doen; 't Is of de echo's van de dalen 't Daavrend krijgsmuziek herhalen Van een joelende' oorlogsdrom, 't Is of fluit en schel en horen In het dof geratel smoren Van een forsch geroerde trom.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Dichtwerken. Deel 1 · Bernard Haar · Poetry Cove