Bl. 299.
In den zomer.
In den ‘Vervolgbundel der Ev. Gezangen’ volgt hier nog eene zevende strophe, aanvangende met de woorden:
Zal een herfst ons zijn beschoren?
Ach, wie zegt dit u of mij?
en eindigende met de regels:
Vraag dan in uw zomerdagen,
Of uw akker vrucht ging dragen,
En reeds wit om te oogsten zij?
Zij zijn hier achterwege gelaten, omdat zij het slot uitmaken van mijn gedicht op den Zomer in mijn tweeden bundel, dat mede in deze vierde verzameling zijn plaats zal vinden.